Familie van Motman

FamilieNaam en FamilieWapen



Motman: “Man van de Heuvel”


De naam “Motman” betekent vermoedelijk “man van de mot(te)”, dat wil zoveel zeggen de man die op of bij een zogenaamd motte-kasteel woonde. Het château à motte” ontwikkelde zich in de 9e en 10e eeuw in Normandië. Het was eerst uitsluitend een versterking op een natuurlijke of kunstmatige heuvel (motte), later kreeg het ook een woonfunctie; de woontorens waren eerst van hout, later ook van steen. Na de Normandische invasie in Engeland (1066) ontstonden daar de motte-en-bailey-kastelen (versterkingen omgeven door een muur). Later zien we de “mottes” in heel Europa.
Vermoedelijk heeft er ook een gestaan bij Kortessem, een plaatsje in Belgisch Limburg tussen Hasselt en Tongeren. In het nabij gelegen Alken is een plek, die “de Mot” heet. Nog steeds wonen in de omgeving veel personen met de naam Motman of Motmans.
De naam Motman werd honderden jaren zowel met als zonder “s”geschreven. Tegen het einde van de 18e eeuw kwam de “van” erbij en ging de “s” eraf.

Familiewapen


Sinds 1781 voeren de van Barthelt afstammende familieleden het wapen dat in1627 door keizer Ferdinand II aan de drie in de adelstand verheven gebroeders Motman werd verleend. In 1781 werd het gebruikt door mr. G.W. van Motman, zoals blijkt uit een alkafdruk op een brief aan de secretaris van de Oeconomischen tak van de Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen. Hoe kwam mr. GW aan dat wapen? Voor zover wij thans weten niet via zijn voorouders. Hoogstwaarschijnlijk is hij door zijn vriend Godfried Hermans (1725-1799), abt van Tongerlo, attent gemaakt op het bestaan van de drie in de adelstand verheven gebroeders Motman en van hun wapen. Het in1627 verleend wapen ziet er als volgt uit:
Het is gedeeld: I, in goud een zwarte, goudgekroonde en rood-getongdeadelaar; II, doorsneden:  a, in zilver naast elkaar drie opstaande rode ruiten, die de schildrand en elkaar raken en elkaar; b, in rood een zilveren triangel (driehoek) met een der punten naar beneden. Helmteken: een zwarte, goudgekroonde en rood-getongde adelaarskop en –hals. Dekkleden: rechts: goud en zwart; links: zilver en rood.


Opmerkelijk is dat in een latere akte een lakafdruk staat, waarvan het wapen in die zin afwijkt, dat de rode ruiten niet aaneengesloten en naast elkaar, maar 2 en 1 zijn geplaatst. Een nog grotere afwijking toont het wapen zoals afgebeeld in het boek over Willem Helvetius van Riemsdijk. In dat wapen zijn niet alleen de rode ruiten 2 en 1 geplaatst, maar is ook de driehoek liggend en is de adelaar niet gekroond.


Uit het adelsdiploma blijkt, dat de gebroeders reeds een wapen voerden, dat “bekrachtigd en bevestigd maar ook vermeerderd, vergoot en verrijkt” werd. Er was dus eerst een eenvoudiger wapen. Mogelijk is het wapen dat Margriet Motmans, wonende te Tongeren en hoogstwaarschijnlijk een zuster van de geadelde broers, in het begin van de 17e eeuw voerde. Het wordt als volgt beschreven: “in zilver drie droogscheerdersscharen (twee) met de punten naar beneden en blauw gekleurd en in een rood schildhoofd een omgekeerde, open en zilveren driehoek.