De Indische stamvader: Gerrit Willem Casimir


De vijf takken van de familie beginnen bij onze stamvader Gerrit Willem Casimir. Hij is op 17 januari 1773 geboren te Gennep en gedoopt in Genneperhuis op 11 januari 1773. Hij was de jongste in een gezin met zes zoons en één dochter. Zijn jeugd was niet erg gelukkig aangezien vier van zijn broers op jonge leeftijd zijn overleden aan tbc. Ook zijn moeder overleed aan deze ziekte toen hij 15 jaar oud was. Op 16 juni 1790, toen hij 17 jaar oud was,  vertok Gerrit Willem Casimir vanuit Goeree in dienst van de V.O.C naar Nederlands-Indië met het schip “Gerechtigheid”, uitgevaren voor de Kamer Rotterdam van de V.O.C. Waarschijnlijk voer hij in de hoedanigheid van onderkoopman met dit schip mee.
 
Anna Apollonia Jens


In februari 1793 trouwde hij met Anna Apollonia Jens, een weduwe die zes jaar ouder was dan hij en al zes kinderen had. Daar stond tegenover dat zij vermoedelijk niet onbemiddeld was en over een ruime woning beschikte. Anna genoot een zeer slechte reputatie door haar wijze van omgang met haar slavenbedienden. Het huwelijk werd geen succes en al na vijf jaar in 1797 scheidden zij van tafel en bed.


Reiniera Jacoba Bangeman


Volgens een familieaantekening heeft Gerrit Willem Casimir de toen 21 jarige Reiniera Jacoba Bangeman op de dansvloer ontmoet. Zij was in 1795 van tafel en bed gescheiden van Albertus Hartman. Gerrit Willem Casimir en Reiniera moesten twaalf jaarwachten op de officiële toestemming voor de ontbinding van hun eerste huwelijken. Zij trouwden in 1809 maar woonden intussen al vele jaren samen.

Carrière


G.W.C. begon zijn carrière in Batavia als waarnemend administrateur van het Graanmagazijn van de V.O.C.

   • 1795: Vaandrig en adjudant van het Corps pennisten (administratieve ambtenaren van de VOC)
   • 1797: tijdelijk administrateur in het IJzermagazijn te Batavia;
   • 1797: administrateur van het Koffiepakhuis te Buitenzorg;
   • 1800: administrateur in het IJzermagazijn te Batavia;
   • 1801: administrateur in het Provisiemagazijn;
   • 1805: koopman bij de V.O.C.
   • 1798-1806: onderluitenant, luitenant, kapitein en majoor.
   • 1808: opperkoopman bij de V.O.C.
   • 1808: provisioneel gecommitteerde tot en de zaken van den inlander
   • 1808: prefect over de Jacatrasche en Preanger Bovenlanden en commissaris der Wegen en Posterijen op Java.
   • 1809: eerste gecommitteerde over de suikercultuur
   • 1810: tweede gecommitteerde over de rijstcultuur.

  • 1816: resident van de Preanger regentschappen
   • 1820: lid wees en boedelkamer te Batavia.


Zwaard van de Sultan


Gerrit Willem Casimir ergezelde Gouverneur Generaal Herman Willem Daendels bij de strafexpeditie tegen de sultan van Banten, die alle Europese ambtenaren en militairen in zijn hoofdstad had laten vermoorden. Op bevel van Daendels werd de stad met de grond gelijk gemaakt. De sultan werd afgezet. GWC werd voor zijn aandeel rijkelijk beloond. Daendels gaf hem het gouden zwaard, de tulband en de gamelan van de vorst. Volgens een familieaantekening had Daendels de mooiste vrouw van de sultan meegenomen. GWC mocht ook een vrouw uitkiezen maar durfde dit niet want zijn vrouw liet niet met zich sollen. De tulband werd door zijn zoon Frits bewaard en is later met hem begraven omdat de erfgenamen  het niet eens konden worden aan wie de tulband zou worden toegewezen. De gamelan werd later verwaarloosd op Djamboe. Het zwaard bevond zich meestal op Dramaga. Volgens overlevering hoorde men in de kamer waar het zwaard werd bewaard de geest van de sultan snikken om het geleden onrecht.


De Vijf Familietakken


Zij kregen samen 13 kinderen, waarvan de eerste drie vóór het huwelijk werden geboren. Van de 13 kinderen stierven er acht op jonge leeftijd. De overgebleven kinderen -vijf zonen- werden de stamvaders van de bekende  vijf Indische takken:

  • Tak A: Willem Reinier (1802 - 1848)

  • Tak B: Frederik Hendrik Constant (1809 - 1889)

  • Tak C: Jacob Gerrit Theodoor (1816 - 1890)

  • Tak D: Jan Casimir Theodorus (1819 - 1865)

  • Tak E: Pieter Cornelis (1820-1902)


Overig


   • Gerrit Willem casimir was in 1794 lid van de vrijmetselaarsloge “La Vertueuse” te Batavia.
   • Zijn vader, Willem Michiel Arnold,  was Koninklijk Pruisisch rentmeester van de heerlijkheid Gennep, Heyen en Oeffelt en daarna rentmeester van de stad Grave en de Lande van Cuyk.


Gerrit Willem Casimir van  Motman (1773 - 1821)

Stamvader Familie van Motman

Reiniera Jacoba Bangeman

Tweede echtgenote Gerrit Willem Casimir van  Motman