Tak E:
Pieter Cornelis van Motman
Over de jeugd van Pieter Cornelis (Oom Piet van Djamboe) is weinig bekend. We weten alleen dat hij van juni tot december 1840 eerste stuurman was. Waarom zo kort en in welk kader is onbekend. Hoewel Pieter nooit eigen kinderen heeft gehad, was hij wel er zijn hele leven door omringd. Toen hij nog maar 26 jaar was, nam hij de opvoeding op zich van het kind van zijn broer Frits (tak B) uit diens liaison met de Chinese vrouw Tan Kang Nio. Bij de geboorte had dit kind de naam Hendrik Pieter Motmaan gekregen. Twintig jaar later ontfermde hij zich over de kleine Jan, het kind dat na het overlijden van zijn broer Jan (tak D) was geboren uit diens verbintenis met de Chinese vrouw Tan Kim Nio. Pieter Cornelis trouwde in 1868 –hij was toen 46 jaar- voor de eerste keer. De bruid was Jacoba Djiëm en ruim een jaar na haar overlijden in 1877 trouwde hij opnieuw. Zijn tweede vrouw Susanna van Kakum, de weduwe van Frederik Albrecht, die zo jong stierf dat hij zijn dochter Fréderique nooit heeft gezien.
Na het overlijden van haar eerste man woonde Susanna met haar dochter enige jaren
bij haar tante op Dramaga (tak C), waar zij vóór haar huwelijk ook had gewoond. Daar
zal Pieter C. haar hebben leren kennen. Susanna’s moeder was namelijk een Van Swieten
en de zuster van de vrouw van Pieters broer Jacob (tak C). Laatstgenoemde was dan
ook getuige bij het huwelijk van zijn nicht, dat gesloten werd ten huize van de bruid
te Dramaga. Uit de huwelijksakte blijkt dat ook broer Frits getuige was.
Vermoedelijk
heeft ook Regina de Haan, de latere vrouw van Jan (tak D), die iets ouder was dan
Frédérique, ban jongs af aan bij Pieter gewoond. Op foto’s zijn de meisjes vaak samen
te zien. De relatie heeft een vervolg gehad: later trouwde Wally, een dochter van
Jan en Regina, met een neef van Frédérique, Willem Luymes, wiens moeder (Geertruida
Albrecht) een zuster was van de vader van Frédérique.
Aan zijn pleegzoon Hendrik Pieter heeft Pieter C. later weinig plezier beleefd; hij
had hem in 1878 het vruchtgebruik van de theeonderneming Nanggoeng gegeven. Hendrik
beheerde de onderneming echter zo slecht, dat Pieter in 1883 genoodzaakt was het
land te belasten met een hypotheek van
fl. 600.000,-- tegen een rente van 6% ten
behoeve van de Weeskamer. Volgens een familieaantekening maakte Hendrik veel schulden,
o.a. door exorbitante uitgaven in Parijs. Pieter becijferde op een gegeven moment
dat Hendrik hem het lieve sommetje van ongeveer fl. 1.500.000,- schuldig was. Pieter
ging er zelf ook bijna ten onder, maar kon zich –mede door de inzet van zijn Suze-
nog staande houden. Aangezien de Weeskamer rente noch aflossing ontving, werd Nanggoeng
in 1898 publiek verkocht. De Weeskamer werd zelf eigenaar omdat niemand een bod uitbracht.
Enkele jaren later was Nanggoeng het eerste land dat in het kader van de opkoop van
particuliere landerijen door het Gouvernement werd gekocht voor fl. 260.000,--.
Ter
gelegenheid van Pieters tachtigste verjaardag is een familiefoto gemaakt, waarop
43 personen staan, in hoofdzaak leden van de takken C en D.
Pieter Cornelis van Motman (1820 -1902)
Stamvader Tak E
Landheer van Tjoeroeh Bitoeng, Tjikoleang en Djamboe