Familie van Motman

Tak A:


Willem Reinier van Motman



Willem Reinier werd op 4 september 1802 geboren te Batavia (geadopteerd op 2 maart 1808 en gedoopt op 13 maart 1808) en stierf op 23 december 1848 te Batavia en werd begraven op de familiebegraafplaats Djamboe. Hij was klerk 1e klasse op de Algemene Secretarie te Batavia (1823), later landheer van Tjoeroeh Bitoeng (Nanggoeng) en daarna van Roempin. Hij trouwde op 28 augustus 1825 aan huis met Charlotte Geertruida Arnold, geboren op 3 april 1818 en stierf op 18 april 1888 te Batavia en is begraven op Tanahabang.


Geadopteerd


Bij strikte toepassing van de toenmalige wetgeving zou tak A onwettig genoemd kunnen worden omdat Willem Reinier, stamvader van deze tak geboren werd inde tijd dat zijn beide ouders nog in een echtscheidingsprocedure verwikkeld waren en dus nog niet wettelijk gescheiden. Willem Reinier is zeven jaar voor hun huwelijk geboren (4 september 1802). Ook door het huwelijk van zijn ouders op 5 februari 1809 kon volgens de wet geen erkenning en wettiging plaatsvinden.
Maar GWC had hem wel op 2 maart 1808 geadopteerd, waarbij als moeder de vrije onchristen vrouw Cecilia werd opgegeven. De naam van deze vrouw was praktisch zeker fictief. De volgende argumenten om aan te tonen dat Reiniera wel degelijk de eigenlijke moeder was:
1. De akte van overlijden van Willem vermeldt Reiniera als zijn moeder;
2. GWC en Reiniera leefden reeds respectievelijk in 1797 en 1795 gescheiden van tafel en bed van hun eerste echtegeno(o)t(e);
3. Willem Reinier droeg de voornamen van zijn vader en zijn moeder;
4 in de familie is hij altijd bekend geweest als een volle broer van de andere vier.

Aan dit rijtje zou nog toegevoegd kunnen worden, dat de nakomelingen van Willem Reinier voor hetzelfde deel in de nalatenschap van Reiniera participeerden als zijn vier broers.

Landheer Nanggoeng en Roempin


Veel is niet bekend over Willem. Er bestaat ook geen beeltenis van hem. Hij was eerst landheer van de onderneming Nanggoeng en later landheer van de onderneming Roempin. Nanggoeng is op een gegeven moment in handen gekomen van tak E, terwijl Roempin steeds in tak A bleef.
In 1833 was Willem lid van een vrijmetselaarsloge in Batavia. Het is niet bekend of hij lid was van “La Vertueuse” of van “La Fidèle Sincérité (beide loges zijn in 1837 verenigd onder de naam “De ster in het Oosten”. Verder heeft Willem in 1846 een meisje geadopteerd, dat buitenechtelijk ten huize van zijn broer Frits was geboren. En evenals zijn broer Jacob van tak C en Piet van tak E was hij één der 215 ondertekenaars van het adres aan de koning op 25 mei 1848, waarin werd geprotesteerd tegen de wijze van benoeming van Indische ambtenaren.  Zijn vroege dood is mogelijk één van de redenen dat wij niet veel van hem weten. Hoewel zijn vrouw hem 40 jaar overleefde is ook van haar niet veel bekend.
Toen hij 23 jaar was, huwde Willem de net 17-jarige Charlotte Geertruida Arnold. Zij was een dochter van Johann Friedrich, die als provisioneel assistent in VOC-dienst in 1803 met het schip “Minerva”uit Duitsland was aangekomen en laten tot de notabelen van Batavia behoorde.
Haar zuster Anna Maria huwde in 1825 met Adrianus Johannes (Arnold) Bik, terwijl haar jongste broer Jan-Willem (1813-1885) in 1837 huwde met Augustina Michiels. Hij was de stichter van de zogenaamde Michiels-Arnoldlanden (Tjilingsie,Tjibaroesa, Tjipamienkies, Tanah-Baroe en Klappa Noenggal). Augustina was een adoptiefdochter (uit zijn relatie met de Balinese vrouw Thalia) van Augustijn Michiels (“Majoor Jantje”); de dochter s uit dit huwelijk, “de meisjes Arnold”, waren in hun tijd befaamde schoonheden.


Willem en zijn vrouw bewoonden een groot landhuis te Weltevreden aan de Laan de Riemer in Tanahabang. Het echtpaar had twee dochters, die met telgen uit een Fries geslacht, de gebroeders Wijnand en Rutger van Slooten, waren getrouwd en slechts één zoon, Gerrit Willem Casimir jr. Deze zoon trouwde met zijn nicht Carolina Catharina van Motman, een dochter van Frederik Hendrik Constant, de stamvader van tak B. Uit dit huwelijk werden elf kinderen geboren waaronder slechts één zoon, Carolus Gerardus, die ook weer elf kinderen had (uit  drie huwelijken), waarvan  vijf zonen.






Willem Reinier van Motman (1802 -1848)

Stamvader Tak A


Klerk 1e klasse Algemene Secretarie te Batavia

Landheer van Tjoeroeh Bitoeng en Roempin


Tak A: Willem Tak B: Frederik  Tak C: Jacob Tak D: Jan Tak E: Pieter